Stadsdichter van Rotterdam in de periode 2013-2014. Het dakpark is een mooie nieuwe plek waar het heerlijk toeven is. Rotterdam heeft nog steeds te kampen met het vooroordeel van kille werkstad, maar inmiddels heeft het stiekem hele fijne plekken waar het geweldig is. Van mijn gezin word ik het gelukkigst, dat staat buiten kijf. Zoveel zelfs dat ik er geen woorden voor kan vinden, wat nogal frustrerend is voor een schrijver, die het juist moet hebben van woorden. Als schrijver leid ik sowieso een schizofreen bestaan: enerzijds wens ik me af te sluiten om te kunnen schrijven, anderzijds moet ik de hort op om mijn teksten aan de man te brengen. Die twee uitersten, van afzondering tot feest, maken van mijn werk een definitie van geluk. Met goed weer op mijn dakterras ongestoord schrijven is daar een voorbeeld van. Een geslaagd poëziefestival is een voorbeeld van het andere uiterste.